Veel aandacht voor Nederlandse animaliers

Aan het einde van de negentiende eeuw ontstond er bij kunstenaars een nieuwe interesse voor het dier. Dit kwam mede door de opkomst van dierentuinen en natuurkundige musea. Sommige beeldhouwers legden zich vrijwel volledig toe op het maken van diersculpturen. Twee musea besteden dit jaar aandacht aan deze Nederlandse ‘animaliers’.

Tot 3 maart is in het Kröller-Müller Museum in Otterlo nog de expositie Dieren in de Nederlandse beeldhouwkunst te zien. In deze presentatie zijn diersculpturen van Joseph Mendes da Costa, Lambertus Zijl, Johan Altorf en John Rädecker opgesteld. Helene Kröller-Müller kocht regelmatig werken van deze kunstenaars aan en gaf hen ook opdrachten tot het maken van beelden en monumenten voor haar landgoed. Deze staan nog altijd op hun oorspronkelijke plaats in Nationaal Park De Hoge Veluwe. Een deel van de in het museum gepresenteerde diersculpturen komt uit het Jachthuis Sint Hubertus, dat tot circa juli 2013 gesloten is vanwege restauratiewerkzaamheden.

Beestenboel
Het Joods Historisch Museum in Amsterdam brengt van 29 maart tot en met 1 september 2013 de expositie Beestenboel – Dieren in de kunst. Voor deze tentoonstelling is een selectie gemaakt uit de uitgebreide museumcollectie van meer dan driehonderd (veelal ceremoniële) objecten waar dieren op zijn afgebeeld. Ook zijn er tekeningen, beelden en grafisch werk te zien van de joodse kunstenaars Joseph Mendes de Costa, Jaap Kaas, Samuel Jessurun de Mesquita, Joseph Teixeira de Mattos, David Bueno de Mesquita, Elie Smalhout en Meijer Bleekrode. Een van de blikvangers op de expositie is een herontdekte uil van Mendes de Costa, die het museum onlangs heeft aangeschaft.

Bronnen: Kröller-Müller Museum en Joods Historisch Museum

Geef een reactie