Alphonse Mucha: De natuur, 1899-1900. Schenking van dhr. en mevr. Gillion-Crowet aan het Brussels Gewest, 2006. Verzameling in depot bij de KMSKB — Foto : Bruno Piazza (Gillion Crowet)

Fin de siècle krijgt eigen museum

Nog even wachten en dan kun je deze prachtige Mucha-buste in het echt bewonderen in het Fin-de-Siècle Museum in Brussel. In dit nieuwe museum kun je vanaf 6 december kennismaken met het rijke kunstenuniversum van het Brusselse fin de siècle, oftewel ‘het einde van de (19e) eeuw’.

De natuur, Alphonse Mucha 1899-1900 (Collectie Gillion-Crowet)

Brussel was rond 1900 een van de belangrijkste artistieke hotspots van Europa. In de salons van Les XX (1883-1894) en La Libre Esthétique (1894-1914) ontmoetten de kunstenaars van die tijd elkaar en creëerden ze schilderijen en voorwerpen die tot op de dag van vandaag van een buitengewone artistieke rijkdom getuigen. Naast Parijs wordt Brussel daarom ook wel gezien als de ‘hoofdstad van de art nouveau’.

Kunst en cultuur rond 1900
Het nieuwe museum laat de toenmalige ontwikkelingen in de kunst zien in een historische en culturule context. Zo is er ook veel aandacht voor de literatuur, poëzie, filosofie, fotografie en architectuur van rond 1900.

Naakt bij tegenlicht, Pierre Bonnard ca. 1908 (KMSKB)

Collectie Gillion-Crowet
Het Fin-de-Siècle Museum maakt deel uit van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB) en zal onder andere onderdak bieden aan de beroemde Collectie Gillion-Crowet. Deze voormalige privécollectie bestaat uit louter topstukken uit de vroege art nouveau periode, waaronder meubelen van Victor Horta (1861-1947), edelsmeedkunst van Philippe Wolfers (1858-1929), glas van Émile Gallé (1846-1904), bronzen van Alphonse Mucha (1860-1939) en symbolistische schilderijen van onder meer Fernand Khnopff (1858-1921) en Jean Delville (1867-1953).

De geheimzinnige Sfinx, Charles Van der Stappen 1897 (KMKG)

Schatkamers
De rest van de museumcollectie wordt samengesteld uit de schatkamers van andere Belgische musea, zoals de reeds genoemde KMSKB en de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG). De KMKG herbergen in het nabijgelegen Jubelparkmuseum ook een prachtige collectie toegepaste en decoratieve kunst uit de art nouveau-periode.

Mysterieuze sfinx
Het is nog even de vraag of dit laatstgenoemde museum zijn echte topstukken zal uitlenen, zoals de ‘Geheimzinnige sfinx’ van Charles Van der Stappen (1843-1910). Dit symbolistische beeld van ivoor en zilver werd speciaal gemaakt voor de Koloniale Tentoonstelling van 1897 in Tervuren. Het is een van de iconen van het Brusselse fin de siècle en zou daarom niet mogen ontbreken in het nieuwe museum.

Henry Van de Velde, zesarmige kandelaar, 1898-1899 (KMKG)

Henry Van de Velde
Het toeval wil dat het Jubelparkmuseum tot 12 januari 2014 een grote tentoonstelling wijdt aan het werk van art nouveau kunstenaar en architect Henry Van Velde (1863-1957). Wie tussen 6 december en 12 januari het nieuwe Fin-de-Siècle Museum gaat bekijken, kan deze twee exposities dus mooi combineren. En wie zich helemaal wil onderdompelen in de sfeer van rond 1900 raden wij aan om meteen een weekendje te boeken en ook een bezoek te brengen aan het Horta Museum, dat is gevestigd in het voormalige woonhuis van deze beroemde art nouveau architect.

Hoofdstad van de art nouveau
Op de website Blikken op de art nouveau vind je meer informatie over Brussel als hoofdstad van de art nouveau.

Bron: Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

2 gedachten over “Fin de siècle krijgt eigen museum”

  1. Sipke vd Peppel – The Netherlands – I write to share my passion for early 20th century applied arts. Take a look at my blogs: anno1900.nl, artdecobali.blog and dutchbookdesign.com
    Sipke van de Peppel schreef:

    Gisteren heb ik zelf het Fin-de-Siècle Museum in Brussel bezocht. Het nieuwe museum is zeker het bezoeken waard. Het Brusselse fin de siècle wordt van verschillende kanten belicht. De (historische) context waarin de kunst wordt gepresenteerd, voegt veel toe aan de beleving. Zo zijn er bij het thema ‘opera’ prachtige opgeblazen toneelfoto’s op de wanden te zien en krijg je aan de hand van mooi uitgelichte maquettes een indruk van de toneeldecors uit die tijd. Ook zijn er interessante projecties te zien die meer uitleg geven over art nouveau architectuur.

    Qua schilder- en beeldhouwkunst is de collectie van het museum zeer uitgebreid. Ook de sfinx van Charles Van der Stappen was aanwezig, maar in een marmeren uitvoering die ik zelf nog nooit had gezien. Het originele exemplaar (van ivoor en zilver) staat nog steeds in het Jubelparkmuseum (zie de foto in mijn bericht hierboven).

    Wat ik jammer vind, is dat bij lang niet alle kunstwerken een goede beschrijving staat. Bij sommige kunstwerken stond alleen een nummer van de audiogids. Maar niet iedereen wil met zo’n apparaatje door het museum lopen. Ik vind het zelf prettiger om mijn eigen indrukken op te doen en niet alles voorgeschoteld te krijgen. Maar dan is het wel fijn als er even bij staat wie de maker van het kunstwerk is en in welk jaar het is gemaakt. Bij de meeste kunstwerken is dit ook het geval, maar vooral bij de beeldhouwwerken ontbrak de beschrijving nogal eens.

    Wat ook niet meehielp, was dat er weinig omgevingslicht is. Veel gangen in het museum zijn vrij donker, wat natuurlijk wel weer past bij de sfeer van het fin de siècle en het symbolisme. De kunstwerken zelf zijn goed uitgelicht, maar de beschrijvingen zijn soms moeilijk leesbaar. Ik vond dit met name storend aan het einde van de tentoonstelling bij de Gillion-Crowet Collectie, waar ik de bijschriften bij sommige vazen gewoon echt niet kon ontcijferen. Het is best een lange tocht voordat je bij deze collectie bent aangekomen en ik was eigenlijk gewoon te moe om nog mijn best te doen om in het donker te lezen wat er op de bordjes stond (tip voor wie vooral voor de art nouveau komt: neem meteen de lift naar -8).

    Ik vond zelf de Gillion-Crowet Collectie het meest indrukwekkende deel van het museum. Het is een van de mooiste art nouveau verzamelingen die ik heb gezien. De collectie wordt los van de rest van het museum en helemaal aan het einde van de tentoonstelling in een eigen zaal getoond. Dit zal waarschijnlijk een van de voorwaarden van de schenkers zijn geweest. Wat wel opvalt, is dat het vooral Franse art nouveau is. Hierop is al de nodige kritiek geuit in Belgische kunstkringen. Je kunt je inderdaad afvragen of deze voornamelijk Franse topstukken thuishoren in een museum over het Fin-de-Siècle in België, maar ik heb me er niet aan gestoord. Want hoe vaak krijg je nu de kans om een collectie van dit niveau te bekijken…

  2. Weekendje Brussel stond al in de planning, maar thanks for the reminder Sipke!

Geef een reactie