Fotograferen anno 1900

J.G. van Caspel, affiche voor Ivens & Co (1899), foto: Collectie Rijksmuseum

Begin 1900 nam de fotografie een enorme vlucht. Door de snelle ontwikkelingen in techniek en materiaal, zoals de uitvinding van de boxcamera en het fotorolletje, veranderde het fotograferen van een specialistisch beroep in een populaire hobby. Dit zorgde ook voor een reeks van publicaties voor amateurfotografen. In dit bericht bespreek ik een aantal van deze fraai vormgegeven brochures uit mijn verzameling.

Hans Beers, omslag Focus (facsimile, waarschijnlijk uitgebracht in 1989 t.g.v. 75-jarig bestaan van dit fototijdschrift)

Tijdschrift Focus bestaat al meer dan honderd jaar. Het eerste nummer verscheen op 10 januari 1914 met een fraaie omslag van Hans Beers (1891-1979) en het blad ligt vandaag de dag nog steeds in de kiosk. In 1989 – 75 jaar na de oprichting – werd een facsimile uitgebracht van het eerste nummer, dat zo mooi is nagemaakt dat ik lange tijd dacht dat het een echt exemplaar uit 1914 was. Maar toen ik er nog één vond met precies dezelfde vlekken en verkleuringen van het papier, wist ik dat het een ‘nepper’ was. Desalniettemin blijft het omslagontwerp van Hans Beers natuurlijk prachtig. Beers volgde zijn opleiding aan de School voor Kunstnijverheid in Haarlem, waar hij onder andere les kreeg van Chris Lebeau en Samuel Jessurun de Mesquita. In Haarlem ontwikkelde hij zich tot een veelzijdig kunstenaar, die later ook wandschilderingen, boekbanden, tijdschriftomslagen, glas-in-loodramen en wandtapijten zou gaan ontwerpen.

Invloed van Lebeau
Het tijdschriftomslag voor Focus is een vroeg ontwerp van zijn hand, waarin de invloed van Lebeau nog goed te zien is. Net als zijn leermeester geeft Beers zijn onderwerp op een symbolistische wijze weer. De vrouwenfiguur met de prachtige jurk verbeeldt de fotografie. In haar rechterhand houdt ze een lens vast waarmee ze het zonlicht opvangt. De lichtstralen worden geprojecteerd op een glasplaat in haar linkerhand. De twee zonnen met daaronder gestileerde bloemen en kleine vlinders aan weerszijden van de vrouw verwijzen naar het zonlicht als energiebron voor het leven op aarde. Een voor een fototijdschrift wat meer voor de hand liggend motief zijn de twee balgcamera’s naast de kop.

Advertentie in het eerste nummer van Focus

Adriaan Boer
Focus is volgens de ondertitel een ‘Tiendaagsch fotoblad voor Groot Nederland’. Het blad was zowel bedoeld voor amateurs als voor vakfotografen in Holland, België en Indië. ‘Zoo wil Focus worden, het blad dat in alle fotografische kringen waar onze taal gelezen wordt, verlichting, ontwikkeling en hulp biedt’, schrijft hoofdredacteur Adriaan Boer (1875-1940), die zou uitgroeien tot een autoriteit op gebied van de fotografie in Nederland.

Fotograferen bij kunstlicht
Het eerste nummer staat vol met praktische tips en informatie. Zo is er een artikel gewijd aan fotograferen bij kunstlicht (lees: elektrisch licht), dat op dat moment voor veel fotografen nog onbekend was.
‘Menig buitenstaander die niet op de hoogte is van wat de fotografie in onzen tijd vermag, zal de twee mooie platen bij dit nummer ongeloovig en met verbazing bezien’, schrijft Boer. ‘Want voor fotografeeren heeft men toch daglicht noodig en al kan men ook opnamen maken met magnesiumlicht, bij kamer-kunstlicht acht men zoo iets onmogelijk. Onze belezen amateurs weten echter wel beter. De gevoeligheid onzer tegenwoordige platen, de snelheid der moderne lenzen en ook de werkzame kracht van het kunstlicht in onzen tijd, maken heel wat mogelijk ’t welk vroeger was uitgesloten.’

Op pagina 13 lezen we ook nog iets over het omslagontwerp:

‘Voor onze fraaie omslagteekening zijn wij dank verschuldigd aan den Heer Hans Beers, een jeugdig kunstenaar van fijnen zin, ons zeer aanbevolen door den Heer E.A. von Saher, directeur van de School voor Kunstnijverheid en voorzitter van het Nederlandsch Fotografisch Museum te Haarlem.’

De Gomdruk, 1899

De Gomdruk
Het boekje De Gomdruk – Praktisch leerboek voor amateur- & vakfotografen – werd in 1899 uitgegeven door uitgeverij Laurens Hansma in Apeldoorn.
Ik vond het boekje op een boekenmarkt in Den Haag en mocht het voor 15 euro meenemen. Eigenlijk iets te veel, want het boekje verkeert in een slechte staat, maar vanwege de unieke omslagtekening kon ik het toch niet weerstaan.

Wieger Idzerda
De schrijver van het boekje is de fotograaf Wieger Hendricus Idzerda (1872-1938), die fotografielessen gaf aan de Technische Universiteit Delft. Idzerda was een vertegenwoordiger van het picturalisme, een stroming in de fotografie die verwant was aan het impressionisme. Hij schreef begin 20ste eeuw diverse handboeken voor amateur- en vakfotografen, waarin hij zijn visie op fotografie uitdroeg.
De Gomdruk is een van zijn eerste publicaties en is geheel gewijd aan deze ‘koning der fotografische afdrukprocedé’s’. In zijn inleiding schrijft Idzerda: ‘De fotografie is thans niet meer een zuiver mechanisch procedé, zij is verheven tot een weezenlijke kunst, en dat hebben wij voornamelijk te danken aan den Gomdruk.’

Verderop in het boek lezen we wat een gomdruk nu precies is:

‘De gomdruk is eene fotografische afdrukmethode, die ons in staat stelt naar een negatief een positieven afdruk te maken, door middel van arabische gom als bindmiddel; aquarel verfstoffen als pigment en een oplosbaar chromaat als lichtgevoelig zout; hij berust op het feit dat wanneer eene oplossing van arabische gom te zamen met eene oplossing van chromaat aan het licht wordt blootgesteld, de arabische gom zijne oplosbaarheid in water verliest.’

Weelderige jugendstil omslag
Voor wie zich verder wil verdiepen in het procedé van de gomdruk; op Wikipedia staat een iets modernere uitleg. Ik beperk me nu even tot het bespreken van de fraaie omslag. Je zou verwachten dat er een mooie foto op zou staan, maar dat was in die tijd nog ongebruikelijk, vooral ook omdat de kleurenfotografie nog in de kinderschoenen stond. In plaats van een fotocover heeft het boekje een weelderige jugendstil-omslag met pauwen en ooievaars in een expressief lijnendecor. Jammer genoeg heeft een eerdere eigenaar de omslag afgesneden en op de voorkant geplakt, zodat we niet meer kunnen zien hoe de lijnen doorlopen over rug en achterplat. Ik hoop ooit nog eens een gaaf exemplaar op de kop te tikken.

Gids voor den Amateur-Photograaf, 1909

Gids voor den Amateur Photograaf
De ‘Gids voor den Amateur-Photograaf door Photophilos’ kocht ik voor een tientje bij De Slegte in Haarlem. Het boekje is in 1909 gedrukt bij H. Honig in Utrecht.
Vooral de combinatie van fotografie en jugendstil-versiering op het omslag is bijzonder. In dit ene omslag komen twee werelden samen: de wereld van de jugendstil die in 1909 alweer bijna voorbij was én de wereld van de moderne fotografie. Door het traditionele beeld van een Hollandse molen aan het water is het best een aardige combinatie.

Zweepslaglijnen
Op de tekening is een fotostudio te zien met een balgcamera op statief en allerlei benodigdheden voor de donkere kamer, zoals een vergrotingsbord, droogrek, lantaarn, maatbeker, trechter en een fles met fotochemicaliën. Maar het meest indrukwekkend zijn de kaders met prachtige zweepslaglijnen. De piepkleine signatuur ‘Ph.’ – alleen met een vergrootglas te zien – doet vermoeden dat Photophilos – what’s in a name! – de tekening zelf gemaakt heeft.

Van Ivens & Co naar Capi
Een ander voorbeeld uit mijn verzameling van hoe de fotografie nog vaak met een “ouderwetse” illustratie in plaats van een moderne foto aan de man werd gebracht, is een reclamekaart van Capi fotoartikelen uit 1923 (zie de laatste afbeelding bij dit bericht). De voorloper van dit bedrijf werd in 1869 opgericht door Wilhelm Ivens, een Duitse fotograaf die naar Nederland was verhuisd om in Nijmegen een fotohandel te beginnen. Ivens fotozaak in de Houtstraat liep goed, maar werd pas echt bekend nadat zijn zoon Kees tot het familiebedrijf toetrad en samen met zijn schoonvader, een rijke graanhandelaar, in 1894 het Nederlandsch Fototechnische Bureau C.A.P. Ivens & Co oprichtte. Onder leiding van Kees Ivens groeide het kleine familiebedrijf uit tot een netwerk van fotozaken met vestigingen in Nijmegen, Amsterdam, Groningen en Den Haag.

Beroemd beeldmerk
Een van de factoren die meehielpen aan het succes van Ivens & Co, was het iconische affiche dat Johann Georg van Caspel in 1899 voor het fotobedrijf ontwierp. Van Caspel’s voor die tijd moderne ontwerp van een en profil afgebeelde vrouw met balgcamera werd al snel een beroemd beeldmerk en geldt nu nog steeds als een van de bekendste Nederlandse jugendstilaffiches.

Het oorspronkelijke affiche voor Ivens & Co, ontworpen door Johann Georg van Caspel in 1899 (foto: Collectie Rijksmuseum)

Naamsverandering
In 1923 werd de naam van het bedrijf veranderd in kortweg Capi, naar de initialen van Kees: C.A.P. Ivens. Het bedrijf deed weer een beroep op Van Caspel om zijn oorspronkelijke ontwerp uit 1899 aan te passen en te moderniseren.

Reclamekaart Capi fotoartikelen, ontwerp: Johann Georg van Caspel (1923)

Het nieuwe ontwerp werd op 1 augustus 1923 trots als bijlage meegestuurd in het gezaghebbende tijdschrift De Reclame met de volgende toelichting:

‘De hierboven ingehechte kaart is een vernieuwing van de al jaren geleden door den kunstschilder v. Caspel voor Ivens & Co. geteekende reclameplaat. Deze voorstelling “fotografeerende vrouw” is welhaast typeerend voor deze firma geworden door de intensieve doorvoering van dit motief als zwart-wit cliché in advertenties, als interieurbiljet, enz., enz., en om nu ook in deze reclame met de wijziging van “Ivens & Co.” in “Capi” mee te gaan, is deze vernieuwde maar in kleur en voorstelling vrijwel gelijk gebleven kaart gemaakt (wederom door v. Caspel). Haar doel een “straatroep” te zijn is den fa. Ivens in den loop der jaren van veel nut gebleken. – Reclameplaten in het formaat van 100 x 65 cm. van teekening gelijk aan deze kaart, zijn voor verzamelaars gratis verkrijgbaar aan het hoofdkantoor van Capi, Propaganda-afd., v. Berchenstr. Nijmegen.’

Van Caspel paste zijn ontwerp dus subtiel aan, zodat het weer voldeed aan de smaak van de jaren 20, en zorgde er tegelijk voor dat het nieuwe Capi-beeldmerk herkenbaar bleef voor het grote publiek. Een wijze les die bedrijven van nu nog wel eens in de wind slaan!
Als we beide afbeeldingen naast elkaar leggen, is goed te zien dat de tijdgeest is veranderd. Het gebruikte lettertype voor het aangepaste ontwerp uit 1923 is veel strakker dan de sierlijke letters uit 1899. Ook de camera oogt moderner, maar het verschil is het meest duidelijk te zien aan de kleding, het kapsel en het gezicht van de vrouw. Beeldde Van Caspel in 1899 nog een soort geïdealiseerde muze af die symbool staat voor de kunst van de fotografie, de vrouw op zijn ontwerp uit 1923 oogt zo modern en realistisch dat je je goed kunt voorstellen dat zij ook echt een (amateur)fotografe is.

Geef een reactie