Een groen arbeidersparadijs in Enkhuizen

Arbeidersgezinnen de kans geven om in een goede woning en groene leefomgeving te wonen. Dat was de laatste wens van Margaretha Maria Snouck van Loosen. Met het geld uit haar nalatenschap werd in 1894 begonnen met de bouw van een park met vijftig luxe arbeiderswoningen.

Het Snouck van Loosenpark in Enkhuizen is een van de eerste sociale woningbouwprojecten van Nederland. Het park telt vijftig voor die tijd ruime huurhuizen en een statige opzichterswoning. Een van de arbeiderswoningen was bestemd voor de timmerman van het park. De huurprijs bedroeg anderhalve gulden per week plus een gulden voor het gebruik van de gas-water-en-lichtvoorzieningen.

Het park is vormgegeven in de late landschapsstijl met gebruik van veel vergezichten, waterpartijen en open ruimten.

Weldoener
De bouw van het park werd betaald uit de nalatenschap van Margaretha Maria Snouck van Loosen (1807-1885), die als laatste telg van een Enkhuizer regentenfamilie het gehele familiekapitaal van circa 8 miljoen gulden wilde “teruggegeven” aan de stad. Naast een ziekenhuis, bejaardentehuis en evangelisatiegebouw moest er volgens Margaretha’s testament ook arbeidershuisvesting komen voor ‘lieden die ondanks voortdurende noeste arbeid geen woning kunnen betalen maar wel verdienen’.

Het hoge overstekende dak met kleine dakkapellen en houten sierspanten (elementen uit de chaletstijl) benadrukt het statige karakter van de opzichterswoning.

‘Elke woning van behoorlijke grootte en ruimte met drie slaapplaatsen en voldoende regenwaterbak en voor lage prijzen te verhuren aan gezinnen, die door duurzame arbeidzaamheid en goed gedrag boven anderen uitmunten’, staat in het testament. Met andere woorden: alleen arbeiders die zich netjes wisten te gedragen, kwamen in aanmerking voor een woning in het park.

Een hek met fraai siersmeedwerk markeert de ingang van het park, dat werd verlicht met moderne straatlantaarns met gaslicht.

Aankoop van de grond
In 1893 deed de stichting die Margaretha’s erfenis beheerde een verzoek aan de gemeenteraad van Enkhuizen voor de aanschaf van 2,5 hectare grond. De heer Lakenman, beheerder van het Snouck van Loosen-fonds én gemeenteraadslid, benadrukte dat er behoefte was aan goede, betaalbare huurwoningen voor arbeidersgezinnen. Met tien tegen één stemmen ging de raad akkoord met het voorstel voor de aanschaf van het beoogde stuk grond bij de gedempte ‘Nieuwe Haven’, vlakbij de buitenhaven en het nieuwe treinstation uit 1885.

In één gebouw zijn meerdere arbeiderswoningen ondergebracht, die te samen lijken op een grote villa.

Bouw en oplevering
De bouw van de huizen en de aanleg van het park namen vier jaar in beslag. Op 19 juli 1897 werd het park voor het eerst opengesteld voor het publiek. ‘Een keurig stadsgedeelte is Enkhuizen hiermee rijker geworden’, meldde de Hoornsche Courant de volgende dag. ‘Het park beslaat eene oppervlakte van ruim 2 hectare, bevat vijftig woningen, die nu op een enkele uitzondering na, alle betrokken zijn, en is doorsneden met breede verkeerswegen, een vijver en vele wandelwegen. De woningen zijn alle ruim, netjes en solide gebouwd, bevatten twee kamers, een keuken, een kelder, een bovenkamer en droogzolder en zijn van alle gemakken voorzien. De huurprijs bedraagt ƒ 1,50 per week. Het park biedt vele schoone gezichten aan, is rijk van allerlei gewassen voorzien en wordt ’s avonds door een groot aantal lantaarns (met gloeilicht) verlicht.’

Oude ansichtkaart van het Snouck van Loosenpark in Enkhuizen. De ingekleurde foto is vlak na de oplevering van het park gemaakt.

Ook het landelijke dagblad De Telegraaf besteedde aandacht aan het nieuwe park. ‘Het vele bezienswaardige, dat het stadje Enkhuizen aanbiedt — men denke aan het stadhuis, twee schoone kerken, antieke gebouwen en klassieke geveltjes — zal weldra weder worden vermeerderd’, schrijft een regiocorrespondent van de krant op 16 juli 1897. ‘Aanstaanden maandag zal het Snouck van Loosen Park opengesteld worden. (…) De keurige arbeiderswoningen zijn te vinden in tal van op zichzelf staande en door tuintjes gescheiden blokken, waarvan vele twee, andere vier, en één acht gezinnen kan bevatten. Doch elk gezin woont geheel op zichzelf. Voor een daalder per week ontvangt de huurder een woonkamer, keuken, zitkamertje, droogzolder, kelder en een net dakkamertje; verder het recht op het gebruik van een regenbak of een deel daarvan, het gebruik van leiding en ornamenten voor licht- en kookgas en van ijzeren ledikanten. Bedsteden zijn er niet.’

De huurhuizen zijn gebouwd in de eclectische stijl met eenvoudige geometrische versieringen. Zie de geel gekleurde bakstenen en de siertegels in de boogvakken boven de vensters.

Strenge woonregels
In het park golden strenge woonregels. Zelf behangen bijvoorbeeld was uit den boze. Dit regelde de stichting die elk jaar een andere ruimte in het huis liet opknappen. Openbare dronkenschap werd niet getolereerd en huisdieren waren verboden. De opzichter, die zelf in het mooiste en grootste pand bij de ingang van het park woonde, zag erop toe dat de regels werden nageleefd en kon indien nodig gezinnen uit huis plaatsen. Maar daar stonden een paar belangrijke voordelen tegenover. Zo waren de huizen – ontworpen in een eclectische stijl door de Amsterdamse architect Christiaan Posthumus Meyjes sr. – veel ruimer dan bij andere sociale woningbouwprojecten (voor zover die er toen al waren) en voorzien van allerlei moderne gemakken.

De woningen in het park waren bedoeld voor ‘gezinnen die door duurzame arbeidzaamheid en goed gedrag boven anderen uitmunten’.

Iedere woning had bijvoorbeeld een eigen voor- en achtertuintje. Voor de verlichting en het koken konden de bewoners zich laten aansluiten op het moderne gasleidingnetwerk. ‘Het gas zelf moet door de huurders worden betaald’, schrijft de correspondent van De Telegraaf. ‘Het verbruik daarvan wordt door een muntgasmeter aangegeven, of men al of niet gas gebruiken wil is vrij gelaten. Doch op een zeer enkele uitzondering na hebben alle huurders besloten geen petroleum meer te branden.’

Het park was al snel een van de nieuwe bezienswaardigheden in Enkhuizen.

Moderne wc’s
Een andere noviteit was het binnentoilet dat was voorzien van een klapluik aan de buitenkant van de woning voor het verwisselen van de poepton. Verder had het park een speeltuin voor de kinderen en een kweektuin voor bomen en planten. In de jaren 30 werd de speeltuin vervangen voor een grote volière waarin naast bijzondere vogels ook apen werden gehouden.

Oude ansichtkaart van het park met zicht op het statige pand van de opzichterswoning.

Maar vooral de ligging van de huizen in een natuurlijke omgeving – ontworpen door tuinarchitect Hendrik Copijn – is uniek en maakt het Snouck van Loosenpark nog steeds tot een gewilde plek om te wonen. Het park is sinds 1981 een rijksmonument en valt nog steeds onder de sociale woningbouw. De woningen worden nu verhuurd door woningcorporatie Vestia.

Nergens anders in Nederland woonden arbeiders in zo’n mooi en groen park.

Vetpotjes en vlooienmarkt
Bij belangrijke vieringen pakt het Snouck van Loosenpark op een bijzondere manier uit: dan worden in het park duizenden ‘vetpotjes’ aangestoken en langs de paden neergezet, wat een feeëriek beeld geeft. De eerste keer dat dit gebeurde was in 1898 ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina. Andere keren waren onder meer het 25-jarig jubileum van Wilhelmina in 1923, het zeshonderdjarig bestaan van Enkhuizen in 1955 en het honderdjarig bestaan van het park in 1997.

Van het geld van Margaretha Maria Snouck van Loosen werd ook een ziekenhuis gebouwd.

Ook wordt er elk jaar in juli een nostalgische vlooienmarkt op het parkterrein gehouden (die dit jaar helaas niet kon doorgaan vanwege de coronamaatregelen). Het park ligt schuin tegenover het station en is daardoor gemakkelijk te bezoeken met het openbaar vervoer.

Voor dit bericht is gebruikgemaakt van informatie op Wikipedia en oude krantenartikelen. De foto’s zijn gemaakt door Sipke van de Peppel, aangevuld met oude ansichtkaarten van het park.

3 gedachten over “Een groen arbeidersparadijs in Enkhuizen”

  1. Ik woon al sinds 1981 in het Snouck van Loosenpark.Eerst op nr.33 met mijn (toenmalige) man en drie kinderen ,daarna op nr.43 Ook mijn kat,parkiet en drie honden mochten er destijds wonenHet is en blijft nog altijd prachtig

    1. Sipke vd Peppel – The Netherlands – I write to share my passion for early 20th century applied arts. Take a look at my blogs: Anno1900.nl and Dutchbookdesign.com
      Sipke vd Peppel schreef:

      Beste W. Rasker Weeber, u heeft helemaal gelijk. Er wordt aangenomen dat architect Christiaan Posthumus Meyjes sr. zich voor de bouw van het Snouck van Loosenpark in Enkhuizen heeft laten inspireren door het Agnetapark in Delft dat al in 1884 werd voltooid, maar hier zijn geen concrete bewijzen voor gevonden. Wel kende Posthumus Meyjes Delft goed omdat hij er zijn opleiding had genoten aan Polytechnische School van 1877 tot 1880, dus enkele jaren voor de aanleg van het Agnetapark. Bovendien was het destijds het eerste en enige voorbeeld van een tuindorp in Nederland en ligt het dus voor de hand dat hij hier is gaan kijken om ideeën voor zijn eigen ontwerpen op te doen. Maar helemaal zeker weten we dat dus niet.
      Mvg Sipke vd Peppel

Laat een reactie achter bij W. Rasker Weeber Reactie annuleren