Zeldzame kalender van Henk Meijer

Als verzamelaar van grafiek rond 1900 stuit ik geregeld op werk van “vergeten” kunstenaars. Deze fraaie kalender – onlangs gekocht op een veiling – is ontworpen door de in Groningen geboren beeldend kunstenaar en tekenleraar Hendrik (Henk) Meijer van wie ik nog nooit had gehoord.

Henk Meijer (1884-1970) kreeg zijn eerste tekenlessen van de Groningse landschapschilder Bernardus Bueninck. In 1899, toen hij veertien jaar oud was, mocht Meijer naar de tekenacademie Minerva in Groningen en in 1904 werd het jonge tekentalent toegelaten tot de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, waar hij onder meer les kreeg van Antoon Derkinderen.

Portret van Henk Meijer uit 1937, geschilderd door zijn goede vriend en mede-docent aan de Haagse academie Paul Citroen (Museum De Fundatie)

Aanmoedigingsprijzen
In 1905 kreeg Meijer een koninklijke subsidie voor de vrije schilderkunst. Deze aanmoedigingsprijs was in 1871 ingesteld door koning Willem I om talentvolle studenten aan de tekenscholen financieel te ondersteunen. Ook na zijn opleiding viel Meijer herhaaldelijk in de prijzen. Zo won hij in 1913, vijf jaar na het behalen van zijn diploma aan de rijksacademie, de Willink van Collen-prijs voor jonge kunstenaars.

In 1914 deed Meijer mee aan de driejaarlijkse prijsvraag van het Vrouwe Vigelius-legaat, dat werd beheerd door de rijksacademie. Zijn inzending met als motto ‘Nieuw Testament’ werd door de jury – voorgezeten door Derkinderen – een ‘kranige prestatie’ genoemd en beloond met de eerste prijs in de categorie van ‘het schoonste schilderij op historisch terrein, hetzij vaderlandsch of Bijbelsch onderwerp’. Meijer ontving naast een geldbedrag van 500 gulden ook de extra geldprijs van duizend gulden, die maar eens in de negen jaar werd uitgereikt.

Dit portret van architect Michel de Klerk schilderde Henk Meijer in 1921. (Collectie Amsterdam Museum)

Hoofddocent
In het begin van zijn carrière werkte Meijer als zelfstandig schilder, tekenaar, illustrator, lithograaf en boekbandontwerper in Amsterdam en Haarlem. Zijn werk werd onder meer getoond op groepsexposities van kunstenaarsverenigingen Sint Lucas en Arti et Amicitiae. In 1919 werd hij aangesteld als lector voor de avondmodeltekenklas aan de rijksacademie. Twee jaar later verruilde hij Amsterdam voor Den Haag, waar hij van 1921 tot 1950 hoofddocent tekenen aan de Academie van Beeldende Kunsten was.

Naast zijn docentschap aan de Haagse academie schilderde Meijer vooral portretten en stillevens. Bekende werken van zijn hand zijn de portretten van collega-kunstenaars als August Allebé, Paul Citroen, Hendrik Haverman, Willem Schrofer, Bon Ingen-Housz, Jan Musch en architect Michel de Klerk. En nu dus ook vier gelithografeerde kalenderbladen voor Verzekering-Maatschappij Holda te Amsterdam.

Kalenderplaat van Ferdinand Hart Nibbrig voor de Holda-kalender van 1904 (Collectie Rijksmuseum)

Opvolger van Hart Nibbrig
De “Holda”, opgericht in 1895 en vernoemd naar de Germaanse godin van geboorte en dood, was de eerste Nederlandse arbeidsongeschiktheidsverzekering, destijds ‘werkkrachtverzekering’ genoemd. ‘Onontbeerlijk voor wie van zijn beroep afhankelijk is. Uitkeeringen bij ziekten, ongelukken en organische gebreken. Niets uitgesloten’, aldus een krantenadvertentie uit 1900.

Dat de Holda begin 1900 vaker kunstenaars inschakelde blijkt uit dit fraaie affiche van Theo Nieuwenhuis.

Begin 1900 begon de verzekeringsmaatschappij met de uitgave van een jaarkalender voor haar klanten en relaties. Voor de vormgeving werd de neo-impressionistische schilder Ferdinand Hart Nibbrig (1866-1915) ingeschakeld, die jaarlijks vier kalenderbladen maakte met plattelandstaferelen die de vier seizoenen verbeelden. De afbeeldingen zijn gelithografeerd in zachte pastelkleuren, die Hart Nibbrig ook gebruikte in zijn luministische schilderijen.

Waarschijnlijk kreeg Henk Meijer in 1913 de opdracht voor de kalender van 1914 omdat zijn voorganger toen al een tijdje ziek was. Hart Nibbrig is in 1915 op 49-jarige leeftijd overleden aan een onbekende en slepende ziekte. Zijn laatste werk voor de Holda is de kalender voor 1912 (gemaakt in 1911).

Levensfasen
Meijer borduurt voort op de aanpak van zijn voorganger met vier kalenderbladen voor elk drie maanden of wellicht was dit gewoon de opdracht die hij kreeg. Zijn kalenderbladen verbeelden echter niet de vier seizoenen maar de vier levensfasen. Een jonge zwangere vrouw in een weide met lammetjes verbeeldt de geboorte en het prille leven. Achter haar staat de levensboom, die in bloei staat en waar vogels in nestelen. In het gras groeien bloemetjes, die worden bestuift door rondvliegende vlinders. Alles staat in het teken van nieuw leven.

Een zwangere vrouw met lammetjes in de wei verbeeldt de geboorte en het prille leven.

Op het volgende kalenderblad zien we een gezin met drie kinderen, dat symbool staat voor het huwelijk en het gezinsleven. Moeder zoogt de baby terwijl vader speelt met een dreumes. Het jongetje links zit op een hobbelpaard en is het leven al aan het verkennen. De levensboom heeft een voller bladerdek, maar draagt geen bloemen meer. De bloemen in het gras hebben plaatsgemaakt voor grotere planten.

Een gezin met drie kinderen verbeeldt het huwelijk en het gezinsleven.

Op het derde kalenderblad is een wat oudere man afgebeeld die peinzend kijkt naar de vrucht in zijn linkerhand. Hij is in de herfst van zijn leven, wellicht is het een weduwnaar omdat hij alleen is afgebeeld. Het lijkt alsof hij zijn leven overdenkt. De roos in zijn rechterhand herinnert aan de vervlogen tijd toen alles nog in bloei stond. De vruchten in de levensboom verwijzen naar een vruchtbaar leven. Maar de vogels in de boom beginnen er al aan te pikken. De rozenstruiken in het gras staan in bloei, maar zijn met hun doorns ook een symbool voor de moeilijkheden en tegenslagen die een mens tijdens zijn leven moet overwinnen.

Een peinzende man – wellicht een weduwnaar – overdenkt de vruchten des levens.

Op de laatste kalenderplaat zien we dezelfde figuur, maar nu afgebeeld als een oude man. Zijn haren en baard zijn grijs geworden. De man is recht van voren en zeer gestileerd afgebeeld. Hij lijkt op te gaan in zijn omgeving en ziet eruit als een heilige. Zie hoe de besneeuwde takken van de levensboom een aura om zijn bovenlichaam vormen en hoe de volle maan een halo achter zijn hoofd vormt. De kleuren zijn ingetogen en stemmig. De man staat tegen een donkere achtergrond en de weide en planten op de voorgrond zijn geheel verdwenen. De boodschap is duidelijk: dit is de laatste levensfase die gericht is op het geestelijke en op het hiernamaals. Waarin al het aardse wordt losgelaten om uiteindelijk één te worden met de schepping.

De laatste levensfase is gericht op het geestelijke en op het hiernamaals. Zie hoe de oude man is afgebeeld als een heilige.
Ontwerp van Antoon Derkinderen voor ‘De jongelingsleeftijd’, een van de afbeeldingen voor de muurschildering van de trap des levens, die wellicht als inspiratie heeft gediend voor Meijer’s kalender.

Trap des levens
De vormgeving en symboliek van de prenten doen denken aan het werk van Antoon Derkinderen, die tussen 1895 en 1900 een aantal muurschilderingen maakte voor het trappenhuis van het gebouw van de Algemeene Maatschappij van Levensverzekering en Lijfrente in Amsterdam. Een van die schilderingen laat ‘de trap des levens’ zien en bestaat ook uit meerdere afbeeldingen van een man in verschillende levensfases (de jeugd, de jongelingsleeftijd, de mannelijke leeftijd, de peinzende leeftijd en de ouderdom). Het zou me niet verbazen als Meijer dit idee van zijn leermeester aan de rijksacademie heeft overgenomen voor zijn kalenderbladen voor de Holda.

Of Meijer’s ontwerpen in de smaak vielen en of hij nog meer opdrachten heeft gekregen is niet bekend, maar waarschijnlijk was dit een van de laatste Holda-kalenders. De verzekeringsmaatschappij raakte na 1914 in financiële problemen door de economische malaise tijdens de Eerste Wereldoorlog. In 1925 bleek dat de Holda onvoldoende reserves had om voort te bestaan. De verzekeringen werden in waarde verminderd en overgedragen aan de Algemeene Friesche Levensverzekering Maatschappij.

2 gedachten over “Zeldzame kalender van Henk Meijer”

  1. Hans Krol – Verzamelaar van librariana, documenten, afbeeldingen en voorwerpen in relatie tot bibliotheken en archiefinstellingen (wereldwijd). Schrijver van boeken en artikelen over lokale en regionale historie, voornamelijk over Heemstede.
    Hans Krol schreef:

    Fraai ontwerp door Henk Meijer en gefeliciteerd met deze aanwinst

Laat een reactie achter bij Tonnis Reactie annuleren