Tagarchief: Hendricus Jansen

Henricus’ reis naar Tunesië

‘Beschonken chiradrinkers’, Henricus 1899-1901 (reproductie uit Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, 1902)

Is het bijzondere zachte kleurenpalet van jugendstil-kunstenaar Hen(d)ricus Jansen geïnspireerd op de kleuren die hij zag tijdens een reis door Noord-Afrika? Een recensie uit 1902 over zijn tekeningen van Tunesië doet dit vermoeden.

Twee onbekende jugendstil-prenten van Hendricus Jansen

Jugendstil-kunstenaar Hendricus Jansen is vooral bekend geworden door zijn prachtige illustraties voor het lied van Heer Halewijn. Een recente vondst toont aan dat Henricus, zoals hij zijn werk altijd signeerde, nog een middeleeuws lied heeft verbeeld.

Toen ik onlangs op een verzamelbeurs in Utrecht 2 ingelijste prenten van Henricus zag hangen, dacht ik aanvankelijk dat het illustraties waren voor zijn bekende Dat Liedekin van Heere Halewine. De prenten zijn namelijk vormgegeven in dezelfde verfijnde jugendstil-stijl, die wordt gekenmerkt door een sierlijke belijning en weelderige decors in zachte pastelkleuren. Maar deze scènes herkende ik niet en wat me ook opviel was dat de strofen van het gedicht onder de illustraties stonden, terwijl die bij het Halewijnlied op losse floraal versierde tekstpagina’s staan. Ook het jaartal bij de signatuur (1909) wijkt af van de uitgave van het Halewijnlied (1904). Maar als dit niet het Halewijnlied is, welk lied is het dan wel? Zou het kunnen dat Henricus nog een middeleeuws lied heeft geïllustreerd? Ik heb daar nog nooit iets over gelezen.

Lees verder Twee onbekende jugendstil-prenten van Hendricus Jansen

Een Hollandse variant op Salomé

Een van de mooiste Nederlandse jugendstil-uitgaven is ‘Dat Liedekin van Heere Halewine’. Dit middeleeuwse lied werd in 1904 in boekvorm uitgegeven door De Erven F. Bohn in Haarlem en gedrukt bij Lankhout & Co. in Den Haag. Het bestaat uit een map met 27 grote gelithografeerde kleurenplaten van Hendricus Jansen.

‘Nog herinner ik mij den indruk, dien de prenten allerwegen hebben gemaakt, toen ze in den Haagschen Kunstkring [in 1904] geëxposeerd waren’, schrijft G.H. Pannekoek jr. in De verluchting van het boek uit 1927. ‘Henricus teekende makkelijk, wat hem soms parten heeft gespeeld, maar aan dit boek heeft hij met veel liefde gearbeid en elk detail verzorgd. Het is, evenals Derkinderens Gijsbreght, een boek, dat niet vergeten worden zal.’