Tags

, , , , ,

Henri Privat-Livemont, glas-in-loodraam ‘De Golf’ in Hotel Saintenoy (1897)

Het BANAD-festival in Brussel zit er helaas weer op, maar gelukkig hebben we de foto’s nog! Helaas mag je in de meeste art nouveau-huizen niet fotograferen, maar in Hotel Saintenoy deden ze daar niet zo moeilijk over. En laat zich daar nu net een van de meest iconische art nouveau-ramen bevinden…

Architect Paul Saintenoy (1862-1952) kocht in 1897 op aandringen van zijn vrouw een classicistisch herenhuis in de Gewijde Boomstraat in de Brusselse gemeente Elsene. Saintenoy verbouwde zijn nieuwe woning grondig naar zijn eigen smaak en verwerkte er elementen in uit verschillende stijlen. Zo gaf hij art nouveau-kunstenaar Henri Privat-Livemont opdracht om 2 glas-in-loodramen te ontwerpen. Eén voor het trappenhuis en één voor de grote salon. Beide ramen werden uitgevoerd door de Franse meester-glazenier Raphaël Évaldre (1862-1938).

Henri Privat-Livemont, litho ‘La Vague’ (1897), Google Art Project via Wikimedia Commons

Geïnspireerd door Hokusai
Het raam in de grote salon is getiteld ‘La Vague’ – De Golf – maar volgens onze gids noemen Brusselaren ‘haar’ liefkozend de ‘mysterieuze zeemeermin’. Het raam uit 1897 is geïnspireerd op een litho van Privat-Livemont uit datzelfde jaar, waarop ook een zeemeermin in de golven is afgebeeld. Maar het raam heeft vooral een iconische status gekregen omdat het teruggrijpt op een van de belangrijkste inspiratiebronnen van de art nouveau; de Japanse houtsnede en in het bijzonder de beroemde houtsnede van Hokusai (1760-1849): ‘De grote golf bij Kanagawa’.

Katsushika Hokusai, houtsnede ‘De grote golf bij Kanagawa’ (tussen 1829 en 1833), Collectie Rijksmuseum via Wikimedia Commons

Puntige ijspegels
Vooral de wijze waarop Hokusai de beweging van de golf, die destijds werd gezien als een symbool voor verandering en vernieuwing, had weten vast te leggen oogstte veel bewondering onder Europese art nouveau-kunstenaars. Privat-Livemont werkte dit idee nog verder uit. Bij hem lijken de golven bevroren en uit te monden in lange puntige ijspegels. Het water is in meer verschijningsvormen afgebeeld, zoals de golven van de zee, de wolken in de lucht en het schuim in het haar van de zeemeermin. Haar weelderige haardos vol met zeewier en schuim repeteert de golfbeweging van het water.

Henri Privat-Livemont, detail glas-in-loodraam ‘De Golf’ in Hotel Saintenoy (1897)

Godin van de zee
Privat-Livemont vermengt het Japanse motief van de golf slim met het symbolistische thema van de femme fatale. Te midden van het geweld van de golven straalt het gezicht van de zeemeermin een serene rust uit alsof zij het is die alles met haar schoonheid bevriest. Deze rust wordt benadrukt door haar geloken ogen en biddende handen, die samen doen denken aan hoe Maria wordt afgebeeld in de katholieke kerk. De mysterieuze zeemeermin van Privat-Livemont is dus ook een soort godin van de zee.

Privat-Livemont ontwierp ook een glas-in-loodraam voor het trappenhuis van Hotel Saintenoy.

Verschil met litho
Hier verschilt het glas-in-loodraam duidelijk van zijn eerdere litho, waarop de zeemeermin over de golven uitkijkt en – zo lijkt het – maar met moeite haar hoofd boven water kan houden. De zeemeermin op het glas-in-loodraam oogt veel serener en lieflijker. Maar dat is niet zo gek als je bedenkt dat een glas-in-loodraam bedoeld is om elke dag naar te kijken, terwijl je een prent na het bekijken ook weer kan opbergen. Wellicht heeft Saintenoy als opdrachtgever daarom verzocht om haar wat lieflijker af te beelden.


Architect Paul Saintenoy: niet voor één gat te vangen

Paul Saintenoy, warenhuis Old England (1899), foto: Michal Osmenda via Wikimedia Commons

Paul Saintenoy bouwde in meerdere stijlen. Hij werkte aanvankelijk in een Neo-Vlaamse-Renaissance-stijl en raakte tegen het einde van de 19e eeuw beïnvloed door de opkomende art nouveau. Zijn meest bekende en baanbrekende werk in deze stijl is de uitbreiding van warenhuis Old England in 1899. Vanaf 1904 werkte Saintenoy eveneens in de classicistische stijl.

In 1910 werd hij leraar architectuurgeschiedenis aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Brussel, een rol die hij 30 jaar zou vervullen. Daarnaast was hij architect van het Koninklijk Domein. Als lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen speelde hij een belangrijke rol in de heropbouw van België na de Eerste Wereldoorlog. Vlak voor zijn dood werkte hij nog mee aan het Noordstation, dat vooral de stempel draagt van zijn zoon Jacques die vroegtijdig overleed.

Saintenoy’s voormalige woonhuis aan de Gewijde Boomstraat nr. 123 bestaat ook uit een mengelmoes van stijlen, waaronder de art nouveau-ramen van Privat-Livemont. Saintenoy kocht het classicistische gebouw in 1897 en renoveerde het in een eclectische stijl. De neogotische plafonds in de bibliotheek en grote salon komen bijvoorbeeld uit een gesloopt abdijpand en de fraaie renaissance-trap is ook afkomstig uit een afgebroken gebouw. Sinds 1956 is het gebouw eigendom van de Hongaarse Katholieke Missie.

Meer informatie over het BANAD-festival