Tags

, , , , , , ,

art_nouveau_kalenderblad_netty_vd_waarden_bloem_blad_kalender_mei_1903

Netty van der Waarden: kalenderblad (mei 1903)

Netty van der Waarden kreeg aanvankelijk veel kritiek op haar moderne ontwerpen voor de Bloem en Blad kalenders van uitgeverij C.A.J. van Dishoeck. Vandaag de dag zijn haar art nouveau-kalenderbladen echter geliefd bij verzamelaars en musea.

Uitgeverij C.A.J. van Dishoeck in Amsterdam stond begin 1900 bekend om zijn fraaie en goed verzorgde uitgaven. Niet alleen de boekbanden werden vormgegeven door kunstenaars als Simon Moulijn, Herman Teirlinck en Jan Toorop, ook aan het andere drukwerk van de uitgeverij werd veel aandacht besteed. Een goed voorbeeld hiervan is de kalender ‘Bloem en Blad’. Deze jaarkalender die uitkwam van 1901 tot en met 1905 was vormgegeven in de stijl van de art nouveau.

jugendstil kalenderblad omslagkalender Bloem en Blad april 1905 Anna Sipkema

Anna Sipkema: kalenderblad (april 1905)

Jonge ontwerpsters
Voor de vormgeving van de kalender deed de uitgeverij een beroep op twee jonge art nouveau-ontwerpsters, die bedreven waren in het tekenen van bloemen en planten. De eerste drie kalenders (voor 1901, 1902 en 1903) zijn gemaakt door Netty van der Waarden. Daarna kreeg Anna Sipkema twee jaar achtereen de opdracht om de Bloem en Blad kalender te ontwerpen (voor 1904 en 1905).

Negatieve recensies
Hoewel de kalenders goed verkochten, was er nogal wat kritiek op de moderne vormgeving. Vooral ontwerpster Netty van der Waarden moest het in dit opzicht ontgelden. Zo schrijft een recensent op 23 november 1901 in De Hollandsche Revue:

De heer Van Dishoeck is iemand, die in de uitgeverij het goede en het mooie voor heeft. En komt hem iets in handen, waarin hij beiden meent aan te treffen, dan is hij gauw bereid het op de pers te laten brengen, soms zelfs met geringe kans zijn moeite en geld door den verkoop gedekt te zien.

Zoo gaf hij in het najaar van 1900 een maandkalender uit, getiteld ‘Bloem en Blad’, die aldus betiteld was omdat iedere maand een afzonderlijk blad had, geïllustreerd en geënkadreerd door motieven aan bloemen en bladen ontleend, welke in die bepaalde maanden veel worden aangetroffen. Mej. N. van der Waarden was de schepster en ontwerpster dezer twaalf maand-kartons geweest.

Deze uitgave is blijkbaar geslaagd en de kalender schijnt goed van de hand te zijn gegaan, want de heer Van Dishoeck heeft nu ook voor 1902 weer een dergelijke onderneming gewaagd.

Maar, ’t moet ons eerlijk van ’t hart, het werk van Mej. Van der Waarden voor het a.s. jaar kan ons niet zoo goed voldoen als haar kalender voor 1901, die, ofschoon nog verre van iets bizonder moois of welgeslaagds te wezen, toch een verdienstelijke poging ten goede was. Ditmaal is zij echter beneden haar kunnen van het vorige jaar gebleven.

Over ’t algemeen missen hare bloem- en blad- versieringen de rijke fantasie en het vernuftige kombinatievermogen, welke ze tot een werk van scheppende kunst zouden kunnen verheffen. Het is braaf, eenvoudig teekenwerk zonder vernuft, zeer voldoende voor een meisje, dat haar akte M.O. teekenen moet halen, maar waar geen artiesten-temperament uit spreekt.

Van kleur is het kil, droog en stug; er is geen glorie van seizoenkleuren in, geen gloeiend meeleven in levens- en stervenstinten in de natuur; het zijn geen seizoenmotieven door een intens en heftig voelend kunstenares tot dekoratieve versieringsschoonheden gemaakt; het is een wel overwogen, kalm gekonstrueerde en niet emotioneerende vulling van kalender-kartons met niet slechte teekenvoorbeelden.

Gevoel voor kleurtegenstelling, vooral in de achtergronden, mist deze dame blijkbaar geheel; emotie van kleur in de zoo woest rijke natuur schijnt haar vreemd. En vandaar dat zij, zooals bij de versiering der maanden Maart en September, gedaald is tot de hoogte van huurhuisjes-behangselpapier. ’t Beste kwamen ons de maanden April en December voor.

Dit alles wil nog niet zeggen, dat we dezen kalender geen geschikt St. Nicolaas- of Nieuwjaarsgeschenk vinden, want ofschoon hij nog lang niet is wat hij had behooren te zijn om een werk van mooie kunst te wezen, toch is hij al beter dan de meeste kalenders die men tegen de muren onzer Hollandsche huiskamers ophangt.

art_nouveau_kalenderblad_netty_vd_waarden_bloem_blad_kalender_april_1903

Netty van der Waarden: kalenderblad (april 1903)

Neerbuigende toon
De toon van de recensie is ronduit negatief, maar tussen de regels lees je ook het dedain van de recensent voor het werk van vrouwelijke kunstenaars. ‘Het is braaf, eenvoudig teekenwerk zonder vernuft, zeer voldoende voor een meisje, dat haar akte M.O. teekenen moet halen, maar waar geen artiesten-temperament uit spreekt.’ Oftewel: een ervaren mannelijke ontwerper had het volgens hem (?) veel beter gedaan.

Toch lijkt het erop dat Van Dishoeck bij dit soort uitgaven die gericht waren op vrouwelijke kopers er bewust voor koos om deze ook door vrouwen te laten ontwerpen. Dit blijkt ook uit andere uitgaven van de uitgeverij, zoals een reeks plantenboekjes voor (huis)vrouwen in de jaren 20, die zijn ontworpen door Jo Daemen (waar ik later nog een bericht aan zal wijden).

art_nouveau_kalenderblad_netty_vd_waarden_bloem_blad_kalender_juni_1903

Netty van der Waarden: kalenderblad (juni 1903)

Theo Molkenboer
Van der Waarden kreeg ook kritiek uit een andere hoek. Zij werd ook aangevallen door de bekende kunstenaar Theo Molkenboer, die een sobere ontwerpstijl propageerde. Molkenboer gold binnen de ‘Nieuwe Kunst’, de Nederlandse variant van de art nouveau, als een autoriteit op het gebied van boekversiering en toegepaste grafiek. Niet alleen ontwierp hij zelf boekbanden en grafiek, hij schreef hier ook veel over in de vakbladen.

03_art_nouveau_kalenderblad_netty_vd_waarden_bloem_blad_kalender_maart_1903

Netty van der Waarden: kalenderblad (maart 1903)

Rationeel ontwerp
In deze artikelen benadrukte Molkenboer het belang van een ‘rationeel’ ontwerp, waarbij de decoratie was gebaseerd op de vorm en constructie van het te versieren voorwerp. Dit betekende voor een kalenderblad bijvoorbeeld dat er een logische vlakverdeling was voor de verschillende elementen waaruit een kalenderblad is opgebouwd, zoals de randversieringen en de verdeling van de weken en dagen van de maand. De ontwerpen van Van der Waarden passen binnen deze Nederlandse stijl. Kenmerkend hiervoor zijn bijvoorbeeld de geometrische vlakversiering en geabstraheerde natuurlijke motieven.

art_nouveau_kalenderblad_netty_vd_waarden_bloem_blad_kalender_augustus_1903

Netty van der Waarden: kalenderblad (augustus 1903)

Van Onzen Tijd
In een artikel in Van Onzen Tijd, een tijdschrift dat hij zelf met anderen had opgericht, reageerde Molkenboer op Van der Waarden’s eerste Bloem en Blad (voor het jaar 1901). Omdat het artikel een goed beeld geeft van de toenmalige discussie en verhoudingen in het wereldje van de Nieuwe Kunst heb ik het stuk hieronder in zijn geheel overgenomen.

EEN OMSLAG-KALENDER (door Theo Molkenboer)

Aan de twaalfbladige kalenders, die in de laatste jaren verschenen zijn, is een geschiedenisje vast. De eerste werd voor vijf of zes jaar door de firma van Gogh, meen ik, te Amsterdam uitgegeven. Ontwerper en teekenaar was de toen in zijn volle talentsontwikkeling arbeidende Th. Nieuwenhuis.

Een jaar daarna verscheen weer zoo’n maandwijzer, ook van dezen teekenaar. Daarna zijn er een paar gekomen van Th. Nieuwenhuis, C.A. Lion Cachet en G.W. Dijselhoff te samen, en sinds dien tijd hebben verscheidene andere decoratie-ontwerpers en uitgevers zich met zulke uitgaven min of meer verdienstelijk gemaakt. Maar in al die exemplaren is weinig verschil. Waren de eersten, door Nieuwenhuis alléén gemaakt, en de eerste die het genoemde driemanschap het licht deed zien, boven allen lof verheven, zoo iets kon men niet van die andere uitgaven zeggen.

De hoofdgedachte, de hoofdopvatting was wel dezelfde gebleven, maar de uitvoering was dikwijls verre beneden de eerste voorbeelden. Er is nog geen van die kalenders verschenen die niet uitsluitend bladeren en bloemen tot decoratie voerde, behalve de twee uitgaven van het Nieuws van den Dag, door Tite van der Laars geteekend waar wapens en mensch-figuren werden aangebracht.

Maar die bloem en blad kalenders hebben overigens de alléénheerschappij. En wat een verschil met de eerst uitgekomenen! — Die waren uiterst fraai geteekend, subtiel, teer, fijn gevoelig gedaan, fraai van ontwerp, mooi van samenstel en prachtig van kleur. Ze lieten een geheel nieuw procédé, wat de uitvoering aangaat, bewonderen en waren, als opvatting van décoratie, een ware revelatie.

En dat alles is van de volgende niet te zeggen. De ontwerpers hebben alle een of andere goede eigenschap van die eerste voorbeelden tot uitgangspunt gekozen, en er op voort geborduurd, en er dikwijls maar zeer weinig nieuws aan toegevoegd. Enkele kalenders hebben zelfs alléén de bladeren en bloemen met het voorbeeld gemeen.

De nu bij C. A. J. van Dishoeck te Amsterdam uitgekomene, met teekeningen van N. van der Waarden, is geheel in het oude genre, maar hoeveel minder mooi?

Over het algemeen is de compositie van deze bladen niet zoo rijk, niet zoo vol, als die van de reeds genoemde kalenders. De kleuren harmonieeren niet altijd zóó goed en de afwerking van de teekening laat dikwijls te wenschen over. Dit neemt niet weg dat het totaal-effect van enkele van die composities lang niet slecht is. Hoeveel zouden ze echter door een betere uitvoering gewonnen hebben.

Dit kan men, jammer genoeg, van veel modern werk zeggen.

art nouveau kalenderblad oktober 1898 Theo Nieuwenhuis

Theo Nieuwenhuis: kalenderblad (oktober 1898)

Theo Nieuwenhuis
De kritiek van Molkenboer spitst zich toe op het feit dat jonge ontwerpers als Netty van der Waarden voortborduren op het werk van Theo Nieuwenhuis, Gerrit Willem Dijsselhof en Carel Adolph Lion Cachet. Dit illustere drietal dat de Nieuwe Kunst op de kaart had gezet, had voor 1900 al enkele kalenders met gestileerde florale motieven ontworpen, die ook nu nog gelden als een ijkpunt in de Nederlandse grafische vormgeving. Maar Molkenboer verwijt de nieuwe generatie ontwerpers vooral dat zij niet vernieuwend zijn. Hij beschuldigt hen dus eigenlijk van na-aperij en zegt er ook nog bij dat ze het niveau van hun ‘leermeesters’ niet halen.

art_nouveau_kalenderblad_netty_vd_waarden_bloem_blad_kalender_november_1903

Netty van der Waarden: kalenderblad (november 1903)

Kleinzielig
Meer dan 100 jaar later komt zijn kritiek nog steeds kleinzielig over. Als voorman van de Nieuwe Kunst zou Molkenboer het toch eigenlijk moeten toejuichen dat ook de volgende generatie ontwerpers de nieuwe stijl omarmde. Bovendien voegde Van der Waarden wel degelijk iets nieuws toe. Haar ontwerpen zijn veel strakker en symmetrischer dan de kalenderplaten van Nieuwenhuis, Dijsselhof en Lion Cachet. Ook maakt ze vaak gebruik van gedurfde grillige composities en felle contrasterende kleuren. Maar dat soort eigen ideeën werd kennelijk niet op prijs gesteld.

art_nouveau_kalenderblad_netty_vd_waarden_bloem_blad_kalender_oktober_1903

Netty van der Waarden: kalenderblad (oktober 1903)

Drie jaar later zou Molkenboer overigens een veel mildere recensie schrijven over de Bloem en Blad kalender voor 1904, die was vormgegeven door Anna Sipkema. Zie hiervoor mijn eerdere blogpost over Anna Sipkema of het artikel in Boekenpost.

Ruim 100 jaar later is de kritiek op de Bloem en Blad kalenders verstomd. De kalenderbladen van Sipkema en Van der Waarden zijn zeer geliefd bij verzamelaars van art nouveau-grafiek en opgenomen in de collecties van onder meer het Rijksmuseum, Drents Museum en Wolfsonian-FIU in Miami.

Zie ook: