Tags

, , , ,

‘Beschonken chiradrinkers’, Henricus 1899-1901 (reproductie uit Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, 1902)

Is het bijzondere zachte kleurenpalet van jugendstil-kunstenaar Hen(d)ricus Jansen geïnspireerd op de kleuren die hij zag tijdens een reis door Noord-Afrika? Een recensie uit 1902 over zijn tekeningen van Tunesië doet dit vermoeden.

Onlangs wijdde ik twee berichten aan jugendstil-kunstenaar Hendricus Jansen, beter bekend onder zijn artiestennaam Henricus. Bij mijn zoektocht naar informatie over deze vergeten kunstenaar stuitte ik op een aardig artikel in Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, dat ik de volgers van mijn blog niet wil onthouden omdat het zo’n mooi beeld geeft van Henricus’ persoonlijkheid en nieuwe vragen over zijn werk oproept.

‘Straatje in Sidi Bou Saïd’, Henricus 1899-1901 (reproductie)

Het artikel is begin 1902 geschreven door de dichter, uitgever en kunstrecensent P.A.M. Boele van Hensbroek naar aanleiding van een expositie met pastel- en pentekeningen die Henricus had gemaakt tijdens zijn reis naar Tunesië (1899-1901), waar hij volgens de recensie bijna twee jaar verbleef.

‘De zoo belangrijke tentoonstelling van Henricus’ werk in den Haagschen Kunstkring — later grootendeels ook te Leiden geëxposeerd — is een welkome aanleiding om eens over dien kunstenaar te praten’, begint de kunstrecensent van Elsevier’s Maandschrift zijn verhaal. Henricus is volgens Boele van Hensbroek: ‘Een eigenaardige figuur, zelfs in de kunstenaarswereld, waar men toch aan uitmiddelpuntigheden gewoon is. Flink van postuur, breed van opvatting. Fijn van geest, en tóch soms buitengewoon ruw; ’n Haagsche burgerjongen en tóch ’n aristocraat. Gewoon te doen wat hem lust, zonder te vragen wat de samenleving meent te moeten eischen, ’n Bohémien in den goeden zin des woords, en dus… misplaatst in den Haag. Ziedaar Henricus.’

Op dit affiche van Henricus voor de Haagsche Kunstkring uit 1901 is goed te zien dat hij is beïnvloed door het werk van Franse art-nouveau-ontwerpers. (Collectie Rijksmuseum)

Invloed van de art nouveau
Henricus volgde zijn opleiding als kunstenaar aan de Akademie van Beeldende Kunsten in Den Haag (1883-1885) en verbleef daarna enkele jaren als bohemien-kunstenaar in Parijs (1887-1892). Parijs was op dat moment het epicentrum van de Europese kunst en hier kwam Henricus voor het eerst in aanraking met het werk van art-nouveau-kunstenaars als Théophile-Alexandre Steinlen, Alfons Mucha en Eugene Grasset. Het is niet bekend of hij in Parijs een opleiding heeft gevolgd of bij een collega-kunstenaar in de leer is geweest, maar in ieder geval is hij hier als tekenaar gevormd.

Aan de slag als illustrator
Na zijn terugkomst in Nederland in 1892 vond Henricus volgens Boele van Hensbroek al snel werk als illustrator. ‘Waren de jaren, die hij te Parijs doorbracht, grootendeels aan zijne ontwikkeling gewijd, in Nederland, in den Haag teruggekeerd, had hij spoedig een goeden naam als teekenaar. Tal van affiches maakte hij in die dagen, teekende mooie Spectatorprenten en trad zelfs een tijdlang als redacteur voor de illustratie van Elsevier’s Maandschrift op. Dat duurde slechts kort, want Henricus was te veel artiest om te werken als het moest. Was de geest niet vaardig, dan ging het niet. Maar ook nadat hij als redacteur van Elsevier was gescheiden, waren de illustraties van vele novellen in dat tijdschrift van zijn hand. Hij illustreerde o.a., om er slechts enkelen te noemen Tine van Maurits Smit; Zijne zuster van Van Nouhuys; Ida’s huwelijk van Joh. Wolters; To de fruitvrouw van Tengeler en vooral het fraaie sprookje van Pol de Mont Prinses Zonneschijn. In die jaren verluchtte hij ook De wilde Jager in den bundel Iris van denzelfden dichter.’

Tunesische rotsen, Henricus 1899-1901 (reproductie)

Zakelijke vriendschap
De kunstrecensent en de tekenaar raakten door hun werk met elkaar bevriend. Henricus maakte spotprenten en illustraties voor het literaire tijdschrift de Nederlandsche Spectator, dat werd uitgebracht door uitgeverij Martinus Nijhoff. P.A.M. Boele van Hensbroek zat in de redactie van de Spectator en bekleedde bovendien een hoge functie in de directie van de uitgeverij. Hij was dus niet alleen bevriend met Henricus, maar ook zijn opdrachtgever. Daarnaast werkten beiden dus ook voor Elsevier’s Maandschrift en kenden zij elkaar goed uit de hechte kunstscene in Den Haag.

Theo van Hoytema, 1906: portret van Hendricus Jansen, schilderend in de Loolaan te Den Haag (Collectie Rijksmuseum)

Op bezoek bij Henricus
Boele van Hensbroek doet dan ook geen moeite om zijn genegenheid voor Henricus in zijn recensie te verhullen. ‘Ik heb hem jaren gekend als ’n geestig teekenaar, als ’n hartelijk, oprecht vriend’, schrijft hij. ‘Zijn atelier — voor enkele jaren — in de Zoutmanstraat, was ’n nooit te vergeten rommel. ’t Eenige wat maakte, dat men ’s mans eigenaardigheden over het hoofd zag, was zijn genialiteit.’

Daarna volgt een schitterende anekdote over een bezoek aan zijn vriend, die zo’n mooi inkijkje geeft in het leven van Henricus dat ik de tekst hieronder in zijn geheel heb overgenomen.

Op ’n winteravond, zoo even vóór Kerstmis, zou ik hem te zeven uur te huis vinden. Na ’n eindeloos stooten tegen allerlei in de lange gang en na een onzinnig getal lucifers te hebben aangestreken om Henricus’ deur te vinden, stond ik ervoor en klopte. Eerst geen antwoord. Herhaald kloppen. Daarna sleepte iets van de trap.
“Henricus thuis?”
“O bè jij et. ‘k Docht dat ’t een beerenleier was.” — Aldus de schoone.
Tot beter verstand van den toestand diene, dat de schoone een model was, en “een beerenleier” de artistieke benaming voor een man, die met kwitanties uit is.
Na deze inleiding trad ik binnen. De modelmaagd legerde zich op de rustbank en vertelde mij hoe zij, een eerbare dochter eener nog eerbaarder baker [kraamverzorgster, svdp], bij Henricus poseerde voor onderdeel van een engelenkoor.
Ik had intusschen de omgeving opgenomen. Een kachel met veel gruis er om heen; een piano, met geleegde champagneflesschen als luchters; een ezel, studies enz. enz.
Daar werd geklopt en in zijn flappende regenjas kwam Henricus binnen.
“Bejour!” — tegen mij. “Daar dat’s voor jou,” — tegen de schoone. — Met bracht hij een groot pak met fondants te voorschijn. — En toen werden de zakken uitgepakt. Wat er al uitkwam! Lithographisch krijt, verf, ’n paar penseelen; ’n pond of wat saucijsjes!
En toen werd de groote hond geroepen — ’n goed mensch is altijd goed voor beesten — en met een: “Kijk, dat heeft de slager me voor je meegegeven,” vlogen naar alle kanten van de vrij groote ruimte de kluifjes. — Nu kan elk begrijpen welk een verwarring dat aanrichtte in een zaal, waar alles toch al op losse schroeven stond. Als een bezetene vloog de hond rond, gooide alles omver; de schoone zette de saucijsjes te vuur en ’n uur lang babbelden wij nog over een Spectator-Nieuwjaarsprent.
En een volgenden dag, als hij eens geen lust had te werken ? — Ik weet het niet. ‘k Geloof, dat hij dan stroopte. Niet, dat hij dat deed óm te stroopen. Maar, och, als je zoo buiten bent, en zoo’n “bout” komt in je nabijheid…
Intusschen deed hij soms mooi werk. Zoo versierde hij o.a. het oude koffiehuis “Terborch” — ‘k ben mogelijk te oud om te weten welken nieuwmodischen titel het heeft aangenomen — op den Bezuidenhout met uitstekende schilderingen en arrangeerde geheel de zaal. Fijner, artistieker koffiehuis, heeft er wel nooit bestaan in den Haag.
Hij deed soms gekke dingen in zijn breede woestheid; maar, ook heb ik hem gezien, hoe hij, begeesterd door een of ander idee, ’n stuk papier nam en dan met zijn linkerhand die vaste lijnen neerzette met benijdenswaarde zekerheid. Tot voor korten tijd bijna uitsluitend teekenaar, heeft hij zijn coloristisch talent eerst in den laatsten tijd geopenbaard.

Hendricus Jansen litho illustratie voor Lied van Heer Haleweijn

Henricus 1904: prent in zachte pastelkleuren uit Dat Liedekin van Heere Halewine.

Verfijnd kleurenpalet
Die laatste opmerking van Boele van Hensbroek is interessant. Kennelijk maakte Henricus tot zijn reis naar Tunesië vooral zwart-wittekeningen en -illustraties, en hebben de kleurrijke indrukken tijdens zijn reis door Tunesië hem geïnspireerd om meer in kleur te gaan werken. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor het verfijnde en eigenzinnige kleurenpalet van zijn Halewijnlied-prenten, die hij van 1902 tot 1904 maakte en waarvoor hij veel zachte aardetinten gebruikte, zoals zandroze. Hetzelfde geldt voor het kleurgebruik bij zijn illustraties voor Het daghet in den Oosten. Ook op die platen overheersen zachte aardekleuren die wellicht herinneren aan de kleurenpracht van Noord-Afrika.

‘Dansende Ouarglaneger’, Henricus 1899-1901 (reproductie)

Prent 1 van Het daghet in den Oosten, ontwerp: Henricus Jansen (1909)

Ook bij deze prent van Henricus voor het gedicht ‘Het daghet in den Oosten’ (1909) vallen de zachte roze en zandkleurige tinten op.

‘Grote passie’
Helaas zijn de afbeeldingen bij het artikel in Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift zwart-witreproducties en kunnen we de kleuren van zijn pasteltekeningen van Tunesië dus niet vergelijken met de kleuren van zijn jugendstil-prenten. Maar Boele van Hensbroek is er zeker van dat de reis naar Tunesië bepalend is geweest voor de kunst van Henricus.

‘Ik weet niet of dat arm hart zijn zwerven zal nalaten; maar het is zeker, dat Henricus in Tunis een groote, voor den artiest altijd vruchtbarende, passie doorleefde. Om te scheppen moeten alle faculteiten tot haar recht komen, en geen kunstwerk is denkbaar zonder liefde… of haat. Hoe ook, wat Henricus schiep onder die nieuwe invloeden, onder dien zuiderhemel, in dat zonneland, is stellig het beste wat hij ooit gaf. Na een verblijf van nog geen twee jaar in Tunis, komt hij voor den dag als iemand, die de schoonheid dier streken geheel weet uit te beelden.’

(…)

‘Het is, meen ik, voor de eerste maal, dat de schoonheid van Afrika’s kust is vertolkt door een kunstenaar uit het noorden. Met Henricus’ werk voelen wij mede, wijl hij die schitterende natuur van het zuiden gezien heeft door zijn, door ons temperament. Niet alleen lijnen hebben hem getroffen, maar kleur, diepe, breede, massale bondels kleur. Die heeft hij weten te herscheppen voor ons oog, de tintelende kleuren van Tunis harmonisch weergevend in zijn pastels.’

PS: Onlangs verscheen er nog een Tunesië-tekening van Henricus op de markt. Lees hierover het bericht van collega-blogger Sander Bink op Rond1900.